Een grootwatervaarder aan het woord

De passie van Govert Jan Knotter: de adrenalinekick van zeekajakken

Dit artikel, geschreven door Patricia Jacob, is overgenomen uit "Advocatie"

In deze rubriek leest u wat advocaten in hun vrije tijd doen. Govert Jan Knotter zat altijd al graag in een kajak. Hij peddelde eerst in beekjes, maar kanoot inmiddels op zeeën, meren en rivieren in Europa. “We vinden de golven erg leuk. Vooral als ze vanachter komen, dan kun je er op surfen.”

Van alle mooie kajaktochten die Govert Jan Knotter heeft gemaakt, sprong de trip in Noorwegen er toch wel uit. Tien dagen kanoën, waarvan vijf in een fjord. Wildkamperen, 600 meter omhooglopen om op rotsformatie De Preekstoel te komen. Tot slot nog even met de kajak de zee op bij Stavanger. Hij herinnert het zich nog goed. “Allemaal eilandjes. Schitterend! Het was on-Noors mooi weer; rond de twintig graden. Pas na een week begon het te regenen.”

De advocaat werd in 1998 lid van kanovereniging De IJsselstreek in IJsselstein. De eerste jaren peddelde hij in beekjes en ander vlak water. Maar sinds 2000 kanoot hij vooral op zeeën, meren en rivieren. ‘Grootwater’ heet dat in het jargon: water dat wél golven en stromingen van betekenis heeft. In de zomer gaat Knotter om de twee weken het water op. In de winter iets minder vaak. Daarnaast maakt hij geregeld buitenlandse trektochten. Kajakken is niet meer weg te denken uit zijn leven. “Heb je sores, dan raak je die kwijt zodra je het water opgaat. Of je nou gaat zeilen of kajakken; je zorgen waaien letterlijk uit je hoofd.”

 14361450 1162373467157477 1165845650165309079 o GJ himself

Kajakken ontspant dus?
“Voor mij is het de ultieme ontspanning. Ook helpt het me om dingen helderder te zien. Ik zat ooit in een conflictueuze werksituatie. Het lukte me niet goed om knopen door te hakken, maar na een weekendje zeekajakken kreeg ik een eureka-moment en wist ik wat ik moest doen.”

Wat maakt kajakken op zee zo bijzonder?
“Het is een heel technische sport. Ik en mijn mede-grootwatervaarders vinden de golven heel erg leuk. Vooral als ze vanachter komen, dan kun je er gewoon op surfen. Het is vooral de adrenalinekick; dat je de techniek hebt om overeind te blijven. Overigens hoeft het voor mij niet altijd ruig te zijn. Als je op een mooie zomeravond de Lek of IJssel opgaat – fluitende vogels, schitterend licht – dan is dat een natuurbeleving, terwijl je ook nog eens actief bezig bent.”

Waar heeft u de techniek geleerd?
“Tijdens instructieweekenden in Zeeland en Noord-Holland. Deze weekenden worden georganiseerd door een federatie van diverse aangesloten kanoverenigingen, waarbij ook mijn club is aangesloten. Tijdens de lessen hoor je onder meer over getijden én verschillende stromingen. Op zee, bijvoorbeeld de Waddenzee, en rivieren. Je moet de kracht van stromingen nooit onderschatten. Tegen de kracht van water kun je niet op. Beland je middenin een rivier, dan kun je in een vaargeul terechtkomen. Heel link als er dan net een grote boot langskomt.

Om zulke situaties te voorkomen, moet je weten wat je aan het doen bent. Techniek is dan ook heel belangrijk. Om te beginnen leer je om vooruit te varen. Maar natuurlijk leer je ook hoe je weer in een boot moet komen als je eruit bent gevallen. Bij grootwater loop je meer risico dat je boot omslaat, bijvoorbeeld door wind met golfslag. Als dat gebeurt, kun je vaak niet eventjes naar de kant zwemmen. Veel kajakkers, ook ik, kunnen zichzelf redden als ze omslaan. Maar doorgaans gaan wij in groepen het grootwater op. Op die manier is er altijd wel iemand die reddingstechnieken beheerst en die kan helpen. Bovendien is het ook gezelliger. De club heeft me veel vriendschappen opgeleverd.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA          

Waarom werd u lid?
“Ik zat altijd al graag in een kajak. Ging ik in Frankrijk op vakantie, dan huurde ik er vaak een. In 1998 verhuisde ik met mijn gezin van Deventer naar Houten. Ik kende daar toen nog niemand. Ik wilde wat vaker gaan kanoën, maar een club leek me te benauwend.”

Hoezo?
“Ik dacht dat ik geen clubmens was. Mijn vrouw moedigde me aan om toch bij een club te gaan. Nu ben ik helemaal óm. Dat we op de club allemaal hetzelfde leuk vinden, schept een band. Op clubavonden zitten we samen aan de bar een biertje te hijsen en te kletsen over kajakken, over technieken en boten. Het groepsgebeuren is leuk. Ook ontdekte ik dat ik blij word van kajakken. We maken regelmatig tochten van 20 tot 25 kilometer per dag. Van een hobby is het een passie geworden. Ik houd van de activiteit, het buiten zijn en de natuurbeleving. In mijn praktijk komt het regelmatig voor dat ik mensen bijsta die een burn-out hebben gehad. Ik denk dat de combinatie van het water op gaan, een activiteit, het groepsproces en de natuurbeleving veel mensen daarbij kan helpen. In elk geval werkt het bij mij.”

Een clublidmaatschap schept ook verplichtingen.
“Klopt, het is niet alleen maar vrijblijvend. We hebben een clubhuis, bootloodsen. Alles moet onderhouden worden. Iedereen moet een steentje bijdragen. Ik zit bijvoorbeeld al jaren in het bestuur van de vereniging.”

Wat voor mensen zitten er op de club?
“Een cardioloog, een kleuterjuf, een financial controller. Heel divers, maar iedereen is gelijk en doet waar hij goed in is. De een is bijvoorbeeld handig, de ander niet. Ik heb wel eens een verhaal gehouden over mijn rechtsgebied, het aansprakelijkheidsrecht. Naar aanleiding van vragen van clubgenoten vertelde ik welke aansprakelijkheidsregels er gelden in sport- en spelsituaties. Ik heb dit uitgelegd aan de hand van casus uit de kajakpraktijk. Zo kan het voorkomen dat je aan het peddelen bent, er een windvlaag komt en je iemand voor het hoofd slaat. Dan willen mensen weten hoe dat zit met aansprakelijkheid.”

foto noorwegen 

De volgende trektocht?
“Ik denk erover om naar Wales te gaan of weer naar Noorwegen (foto links, red.). Nieuw-Zeeland is natuurlijk het summum qua natuur, maar ik denk niet dat het ervan komt.”

Nee?
“Ik ben niet per se tegen vliegen, maar wil het voor mezelf beperken. Bovendien is er dichterbij genoeg te zien. In Schotland kwamen we tijdens het kajakken ooit een school dolfijnen tegen. De fauna is er schitterend. Al die vogels! Sardinië was ook prachtig. We hebben daar gekajakt bij de Maddalena-archipel, een verzameling bountyeilanden. Rond de punt van Normandië met Bretagne heb je enorme verschillen tussen getijden. Het vergt heel wat van je techniek om daar te kanoën. Zo’n trip is dan weer op een heel andere manier leuk. In Europa heb ik nog lang niet alles gezien.

Het leuke aan kajakken dat je het lang kunt volhouden. Dat komt omdat het een technische sport is. Ik heb clubmaatjes van in de zeventig. Voor jongeren is het vaak lastiger om een dag per weekend vrij te maken. Maar ze zijn van harte welkom. Met een goede instructeur is alles te leren, ook zeekajakken. Het gaat erom dat je het leuk vindt om op water te zijn en dat je niet bang bent.”